Chromamethode

Bij de chromamethode worden een oplossing van zilvernitraat en ongeveer 2,5 uur later een in natriumhydroxide opgelost extract van de te onderzoeken substantie, vanuit het midden in een horizontaal liggende ronde schijf filterpapier gezogen. De verschillende stoffen reiken verschillend ver, trekken elkaar aan of stoten elkaar af, reageren met elkaar en vormen kleurenpatronen. De vormen, kleuren en posities van de patronen geven een kwalitatieve indruk van de onderzochte substantie.

De 4 zones van het bodemchroma

De verschillende zones van een chroma van een bodemsample geven het aarde, water, lucht en vuur aspect van de bodem weer. Dit komt praktisch onder meer neer op: Zone 1: Algemene bodemgesteldheid; Zone 2: Waterhuishouding en chemie van de bodem; Zone 3: Toestand van het bodemleven (micro-organismen en grotere beestjes zoals b.v. wormen) en doorluchting van de bodem; Zone 4: Humustoestand van de bodem. Daarbij is het overigens wel zo dat de verschillende zones met elkaar verweven zijn, b.v. de waterhuishouding en de doorluchting van de bodem kunnen niet los van elkaar worden gezien.

De 4 zones van een bodemchroma.

Van tuinbouw tot oorspronkelijk bos

Interessant is een onderzoek naar drie vlak bij elkaar gelegen percelen van de Genneper Hoeve; op het eerste perceel wordt tuinbouw bedreven; op het tweede perceel staat een jong bos dat 35 geleden nog akkerland was; op het derde perceel staat een oud bos. Heel interessant zijn de overgangen tussen de 4 zones, die van vrijwel compleet gescheiden zones (tuinbouw) tot in elkaar overlopende zones (oud bos) variëren. Dat laatste is een indicatie van een gezonde, dynamische relatie tussen de zones. Verder, van tuinbouw naar oud bos gaande, worden de „uitsteekstels“ van de derde zone steeds beweeglijker; dit is een uitdrukking voor een actievere fase van de bodemomzetting. Interessant is de zwarte rand in zone 4 van het oude bos. Deze geeft de aanwezigheid van onverwerkte organische substantie aan, hetgeen voor een oud bos niet vreemd is, omdat er onverwerkt organisch materiaal (balderen, takjes, etc.) op de bodem ligt. Als een laatste issue kijken we naar de witte „sporen“ die radiaal door zones 2 en 3 lopen. Je ziet van tuinbouw naar oud bos steeds organischere patronen; deze laatste zijn een teken van een goede doorwatering en doorluchting van de bodem. Samenvattend zien we op alle vlakken een hogere bodemkwaliteit naar mate de bodem meer in oorspronkelijke (humus) toestand verkeert.

Tuinbouw (links boven), 35 jaar oud bos (rechts boven), oud bos (onder).

Van gangbare naar biologisch-dynamische landbouw

In de onderstaande figuur ziet u de chroma’s van 2 percelen van een biologisch-dynamische boer die werkt op een bodem die voorheen op een gangbare manier werd bewerkt. Daarbij komt het linker chroma van een perceel dat al langer biologisch-dynamisch wordt bewerkt en het rechter chroma van een perceel dat nog maar relatief kort biologisch-dynamisch wordt bewerkt. We zien de verschillen van de chroma’s vooral terug in de beweeglijkheid van de „uitsteeksels“ in zone 3. Die is bij het linker chroma duidelijk meer aanwezig. Bij het rechter chroma zijn de uitsteeksels zelfs wat stijfjes en identiek qua vorm, en duidt die vorm op een doorluchting van de bodem die vooral mechanisch (en dus niet door het bodemleven) tot stand is gekomen. Interessant zijn verder nog de radiale structuren van donkerder kleur in zone 2. Deze structuren zag ik terug op een bodemchroma van slootcompost – dat is compost gemaakt van slib uit sloten, dat dus continu onder water heeft gestaan. Het bleek dat de boer een aantal jaar eerder overstromingen op zijn land had gehad. De chroma’s tonen aan dat de bodem de invloed van die overstromingen nog niet verwerkt had.

Langer (links) en korter (rechts) biologisch-dynamisch bewerkte grond.